Missie en visie

 

Op de uitkijk in onze schooltuin

In ons veilige, uitdagende klimaat
kunnen leerlingen zich totaal ontwikkelen:
hoofd, hart en handen

Peter Petersen, de grondlegger van het Jenaplanonderwijs, vond dat uitspraken over opvoeding en onderwijs in school zouden moeten steunen op een mens- en maatschappijvisie. Dit werkte hij uit in twintig basisprincipes die ingedeeld zijn in drie gebieden:

 

  • Principes 1 tot en met 5 omvatten uitspraken over de mens
  • Principes 6 tot en met 10 spreken zich uit over de samenleving
  • Principes 11 tot en met 20 hebben betrekking op school, onderwijs en opvoeding

De laatste van de Jenaplanbasisprincipes luidt niet voor niets: ‘In de school worden veranderingen en verbeteringen gezien als een nooit eindigend proces. Dit proces wordt gestuurd door een consequente wisselwerking tussen doen en denken’. Dit geldt voor alle scholen. De tijd staat namelijk niet stil: kinderen van nu zijn anders dan die van dertig jaar geleden en de samenleving verandert snel. De school moet openstaan voor maatschappelijke en culturele veranderingen en voor nieuwe ontwikkelingen op het terrein van de opvoedings- en onderwijswetenschappen. Voor meer informatie over Jenaplan klik hier.

 

Kenmerken van het onderwijs op onze school in de verschillende groepen

Op school werken wij in tweejarige stamgroepen, de indeling is als volgt:

  • Groep 1/2
  • Groep 3/4
  • Groep 5/6
  • Groep 7/8

In de stamgroepen wordt gewerkt volgens een ritmisch weekplan. In het ritmisch weekplan wordt ‘(in)spanning’ afgewisseld met ‘ontspanning’. Leidraad binnen het ritmisch weekplan zijn de vier basisactiviteiten: gesprek, werk, spel en viering. Naast groepswerk is er aandacht voor individueel werk. Leerlingen leren te plannen en doelgericht te handelen.

GesprekEen gesprek in de kring

Het gesprek is een belangrijke activiteit binnen het Jenaplanonderwijs. In verschillende situaties en op verschillende momenten van de dag krijgen de kinderen de gelegenheid uiting te geven aan hun gevoelens; ze leren argumenteren en ze leren te luisteren naar de ander. Een kringgesprek is altijd gekoppeld aan één van de leergebieden.

WerkWerk

Deze basisactiviteit omvat instructie- en werkmomenten. Tijdens instructiemomenten geeft de groepsleerkracht uitleg. Dit kan zijn aan de gehele stamgoep of aan een gedeelte ervan. Leerlingen die op dat moment geen instructie krijgen, werken verder aan hun dag- en/of weektaak. Zij kunnen rustig overleggen met een andere leerling in de groep.

SpelSpel

Spelen is essentieel voor een goede ontwikkeling van de kinderen. In hun spel leren kinderen rekening te houden met elkaar, zoeken ze oplossingen en leren ze met hun emoties om te gaan. Leerlingen spelen binnen en buiten met elkaar. Kunstzinnige vorming, gymnastiek en sportactiviteiten vallen onder spel. In groep 7 en 8 gaan de kinderen op schoolkamp, waarbij spel nadrukkelijk bij de vormgeving van de activiteiten aan de orde komt.

Viering

Bij een viering speelt het samen beleven en het samen verwerken een belangrijke rol. Een viering kan heel vrolijk zijn, maar ook plechtig of droevig. Er zijn vieringen voor de gehele school, een van de vier bouwen of de eigen groep. Voorbeelden hiervan zijn: het gezamenlijk eten, de fruitkring en de verjaardagsviering. Bij grote projecten is er altijd een projectopening en een afsluiting op feestelijke wijze. Regelmatig worden hierbij (groot)ouders en andere naasten uitgenodigd.

 

Leerinhoud in de groepen

Bouwen bij de kleutersGroep 1/2

Voor kleuters is het spelen het belangrijkst. Spelen behoort tot de kern van het onderwijs voor jonge kinderen. Spel is van betekenis voor alle ontwikkelingsaspecten: motoriek, taal, rekenen en sociaal-emotionele ontwikkeling. De kinderen spelen in hun klaslokaal, in de hal, op hun eigen schoolplein en in de schooltuin. Hierin hebben ze ook een eigen stukje grond om groente en fruit te verbouwen.

Binnen het vakgebied ‘taal’ wordt gewerkt met de letter van de week en met de methodiek ‘Kansrijke Taal’. In onderstaande de paragraaf over ‘Kansrijke Taal’ vindt u hierover meer informatie.

Groep 3/4

In groep 3 vindt de overgang plaats van spelend leren naar leren vanuit het aanbod. De gehanteerde methoden zijn: ‘Veilig leren lezen’, ‘Pluspunt’, en ‘Kansrijke Taal’.Spelend leren

Daarnaast wordt wereldoriëntatie in thema’s aangeboden. In de hal is de mogelijkheid gecreëerd om in overzichtelijke en veilige hoeken te werken.

In groep 4 wordt de leerstof uitgebreid en vindt voor alle vakken meer verdieping plaats. Voor wereldoriëntatie houdt dit bijvoorbeeld in dat de leerlingen hun eerste werkstukjes maken.

Naast Kansrijke Taal wordt er voor spelling gewerkt met de methode ‘Spelling in Beeld’. Voor begrijpend lezen is er vanaf groep 4 gekozen voor de methode ‘Nieuwsbegrip’. Dit is onder andere een digitale manier van werken, waarbij wekelijks op nieuwe en actuele onderwerpen wordt ingespeeld.

Groep 5/6

Allerlei wereldoriënterende onderwerpen worden via een thematische manier van werken uitgediept. De informatie die leerlingen gebruiken voor het maken van verwerkingopdrachten binnen dit vakgebied komt uit het documentatiecentrum en via internet. De kinderen zoeken en verwerken de opgedane informatie (onder begeleiding van de leerkracht) individueel of in groepjes.

Er wordt gewerkt in de schooltuin en de kinderen krijgen hiervoor voorbereidende lessen in de klas.

Vanaf groep 5 houdt iedere leerling jaarlijks een spreekbeurt en een boekpromotie. De datum hiervoor wordt met de leerkracht afgesproken. Daarnaast wordt er gestart met schoolzwemmen en het vak Engels.

In groep 6 vindt er voortgang, uitbreiding en verdieping van de leerstof. Aardrijkskunde wordt uitgebreid met onder andere de topografie van Nederland. Leerlingen oefenen hiermee in de klas en krijgen topografie huiswerk mee om te leren.

De taallessen in groep 6 bereiden voor op ontleden en bij rekenen wordt bijvoorbeeld een start gemaakt met de breuken.

Groep 7/8

De kinderen maken werkstukken in verschillende vormen. De werkstukken hebben altijd een wereldoriënterend thema. Op het gebied van aardrijkskunde is er een tweejaarslijkse cyclus ontwikkeld rondom ‘Europa’ en ‘de Wereld’ met bijbehorende topografie.

De leerlingen werken met een weekplanning en krijgen (bescheiden) huiswerk om zich enigszins voor te bereiden op het voortgezet onderwijs.

Aan het eind van groep 7 geven de leerkrachten een voorlopig advies op basis van de gegevens die tot dan toe zijn verzameld. Dit voorlopig advies helpt u in de (voorlopige) schoolkeuze voor het voortgezet onderwijs.

De groepen 7 en 8 hebben in de loop van het schooljaar een kampweek.

In groep 8 vindt een verdere uitbreiding en verdieping van de stof uit de voorgaande jaren plaats. Daarnaast worden de leerlingen voorbereid op het voortgezet onderwijs. Zij leren zelfstandig hun werk te plannen en hun zelfredzaamheid wordt bevorderd.

In de periode januari-februari vindt voor de groep 8 leerlingen het definitieve adviesgesprek met ouders (en leerlingen) plaats. In april vindt de eindtoets plaats. De eindtoets speelt geen bepalende rol meer in het definitieve advies.

De lessen lopen vanzelfsprekend door tot het einde van het schooljaar.

Aan het einde van het schooljaar nemen de leerlingen van groep 8 samen met de leerkrachten afscheid van hun basisschoolperiode. Onderdelen hiervan zijn het afscheidsuitje van groep 8 en de afscheidsavond.

 

De leerstofgebieden

OBS Fridtjof Nansen voldoet aan de door de overheid wettelijk voorgeschreven kerndoelen met betrekking tot de invulling en toepassing van alle leergebieden en de wettelijke kaders.

De weg naar het bereiken van deze doelen is voor elke school verschillend. Voor de Firdtjof Nansen is het Jenaplanonderwijs het pedagogische principe waarmee het onderwijs georganiseerd wordt en inhoud krijgt.

Hieronder wordt u uitvoeriger geïnformeerd met betrekking tot de inhoud van het Jenaplanonderwijs op onze school.

De schooltuinWereldoriëntatie

Vanuit het jenaplanconcept wordt ‘de wereld’ benaderd als een totaliteit. De oriëntatie op de wereld is een van de belangrijkste aspecten van het jenaplanonderwijs.

Om zich goed te kunnen oriënteren hebben leerlingen vaardigheden nodig als taal, rekenen/wiskunde, ruimte- en tijdsbesef. Tijdens de instructie- en werkmomenten houden leerlingen zich met deze vaardigheden bezig.

In iedere groep wordt gewerkt met thema’s en projecten. Per schooljaar wordt er ook enkele keren gewerkt aan een groot project. Alle leerlingen werken dan aan een zelfde onderwerp, waarbij iedere bouw een element van het project op eigen niveau uitwerkt. Ook houden de leerlingen zich bezig met onderwerpen die zij zelf belangrijk vinden. Zij maken dan zelfstandig of in kleine groepjes een werkstuk. Onderwerpen uit de wereldoriëntatie vormen de inhoudelijke basis van een belangrijk deel van ons taalonderwijs. 

Taalonderwijs

Het taalonderwijs op de Fridtjof Nansen sluit zoveel mogelijk aan bij wereldoriëntatie en de wereld van het kind.

Voor het onderdeel spelling wordt gewerkt met de methode ‘Spelling in beeld’. Voor begrijpend lezen is de keuze voor ‘Nieuwsbegrip XL’ gemaakt. Voor de andere taalonderdelen wordt gewerkt met de zes leerlijnen van de Stichting ‘Kansrijke Taal’.

‘Kansrijke Taal’ hanteert de volgende indeling:

  • De blauwe leerlijn omvat ‘omgaan met de klank en het veelzeggende van taal’: Binnen dit onderdeel wordt gewerkt met versjes, gedichten en spreekwoorden.
  • De paarse leerlijn bevat drie leergebieden:
    • ‘omgang met de regels van taal’: het accent bij dit onderdeel ligt bij verdere verdieping en uitbreiding van het grammatica- en spellingsonderwijs met Kansrijke Taalopdrachten.
    • ‘technisch lezen’: zodra leerlingen beginnen met voortgezet technisch lezen, worden activiteiten uit dit gedeelte van de paarse leerlijn aangeboden.
    • ‘woordenschat’: middels allerlei verschillende activiteiten wordt de woordenschat van de leerlingen verder uitgebreid.
  • De groene leerlijn richt zich op ‘Informatie verwerven over onderwerpen die boeien’. Leerlingen krijgen verschillende manieren aangereikt om informatie te verwerven en verwerken, onder andere via het documentatiecentrum en internet.
  • De gele leerlijn: ‘Verbeelden en fantaseren met taal’:De kinderen verwerken en beleven boeken en verhalen op verschillende manieren.
  • In de rode leerlijn draait het om: ‘Communiceren met taal’:Bij dit onderdeel horen bijvoorbeeld de nieuwskring en de vertelkring als specifieke taalactiviteit. Daarnaast zijn er verschillende activiteiten te vinden die de leerlingen op verschillende manieren bewust maken van en laten oefenen met communicatie.
  • De oranje leerlijn: ‘Grafisch vormgeven van taal’: De kinderen leren principes van lay-out en hoe taal met creatieve letters kan worden verbeeld. Een deel van het schrijfonderwijs wordt via deze leerlijn verzorgd.

Spelling

Het wordt op school belangrijk gevonden dat leerlingen zich de regels van het spellen en schrijven van de Nederlandse taal eigen maken. Naast de werkwijze van Kansrijke taal wordt vanaf groep 4 de methode ‘Spelling in beeld’ gebruikt.

LezenLezen

In de onderbouw leren de leerlingen omgaan met letters en klanken. In de kleutergroepen wordt elke week de letter van de week centraal gesteld. De leerlingen leren spelenderwijs allerlei lettertekens en woorden herkennen en komen zo in aanraking met de functie van geschreven taal.

In groep 3 wordt de methode ‘Veilig leren lezen’ gebruikt. Elke dag wordt er minimaal een uur gewerkt om een goede basis te leggen voor het voortgezet technisch lezen in groep 4.

Vanaf groep 4 start het begrijpend lezen. De leerlingen leren teksten te interpreteren en kunnen informatieve teksten verwerken. Hiervoor wordt de methode ‘Nieuwsbegrip’ gehanteerd. Bij deze methode wordt intensief gebruik gemaakt van het digitale bord. Actuele onderwerpen die aansluiten bij de belevingswereld van het kind worden wekelijks in het kader van begrijpend en studerend lezen aan de orde gesteld.

Schrijven

De leerlingen leren schrijven met de methode ‘Novoscript’. Deze methode sluit goed aan bij de werkwijze van ‘Kansrijke Taal’.

Engels

Vanaf groep 5 wordt Engels aangeboden. De leerlingen hebben op school vier jaar lang de gelegenheid om vertrouwd te raken met deze taal. Er wordt onder andere gewerkt met de methode ‘Groove me’. Daarnaast is er ander materiaal dat in de lessen kan worden ingezet zoals Engelse spelletjes en boeken. De school wordt geadviseerd door Early Bird, een kenniscentrum van BOOR dat natuurlijk onderwijs in het Engels op de basisschool nastreeft.

Ook heeft de Fridtjof Nansen contacten met de ‘Ronakenschool’ in Kenia. Een vroege start van Engels op school maakt het mogelijk dat onze leerlingen kunnen communiceren met leeftijdgenoten in een ander land.

RekenenRekenen

In het schooljaar 2014-2015 is de nieuwste versie van de methode ‘Pluspunt’ ingevoerd in de groepen 3 t/m 6. In het schooljaar 2015-2016 is er in groep 7 met de nieuwe methode gestart. In 2016-2017 zal groep 8 aansluiten. Met deze methode leren leerlingen evenwichtig rekenen: ze verwerven inzicht en oefenen hun vaardigheden. De lesstof wordt in duidelijke kleine stappen aangeboden en regelmatig herhaald. Tijdens de instructie is er veel interactie door het uitwisselen van ideeën en oplossingsstrategieën. Er wordt een vaste opbouw gehanteerd. Dagelijks staat er een rekenles van vijftig tot zestig minuten op het programma. Er zijn afwisselend leerkrachtgebonden lessen en lessen zelfstandig werken. Ook is het goed mogelijk om te differentiëren in niveau met deze methode. Zodoende is de methode heel geschikt voor het werken in tweejarige stamgroepen.

Kunst en cultuur

‘Goed cultuuronderwijs biedt een ‘startkwalificatie’ voor een inspirerend, betekenisvol en succesvol leven’ is een uitspraak van minister Jet Bussemaker in juni 2013. Als school willen wij de kinderen een brede ontwikkeling meegeven die verder reikt dan taal en rekenen alleen. Kennis en vaardigheden op het gebied van kunst en cultuur zien wij als onmisbaar.

In het lesprogramma wordt veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van de creativiteit en een open geest. Onder schooltijd wordt er aandacht besteed aan de verschillende vakgebieden zoals handvaardigheid, tekenen, muziek, drama en dans waarbij zowel het kijken en luisteren als het doen aan bod komen.Onderdekken

Sinds 2013 nemen wij deel aan het Boijmans taal- en rekenprogramma, een samenwerkingsproject tussen museum Boijmans van Beuningen, kunstenaar Wolf Brinkman, basisschool de Taaltuin en de Fridtjof Nansen. Wekelijks krijgen twee groepen in de school een uur les van meester Wolf. In de lessen wordt een verbinding gezocht vanuit de kunst met taal en rekenen waarbij het onderzoeken en de creativiteit van de leerlingen centraal staat. Daarnaast gaan deze groepen 3 keer in het jaar naar het Boijmans museum waar zij een rondleiding krijgen gebaseerd op de lessen van meester Wolf.

Jaarlijks wordt de kunstmaand georganiseerd waarin er extra aandacht is voor kunst en cultuur en de hele school aan één thema werkt. Thema’s van de afgelopen jaren zijn: Rembrandt en zijn tijd, de stad, emoties, mode en textiel en ‘wiskunst’. In de kunstmaand worden er workshops gegeven door kunstenaars, brengen we een bezoek aan een museum en is er een (eind) expositie.

Voetballen op het schoolpleinBewegingsonderwijs

De leerlingen in groep 1 en 2 hebben elke dag een vorm van bewegingsonderwijs. Dit kan bij goed weer buiten plaatsvinden, of bij minder goed weer in het speellokaal. Aan groep

3/4 wordt tweemaal bewegingsonderwijs gegeven door een vakleerkracht in het gymnastieklokaal grenzend aan ons schoolplein. Voor de groepen 5/6 geldt dat zij eenmaal gymnastiek krijgen van de vakleerkracht en eenmaal per twee weken een uur schoolzwemmen in zwembad ´de Zevenkampsering´. Voor de groepen 7/8 geldt dat zij tweemaal gymnastiek hebben van de vakleerkracht in de gymzaal aan de Curieplaats.ICT

ICT

Onze school heeft een modern netwerk onder beheer van QLICT. In iedere stamgroep staan computers en hangt een digibord. Computers zijn geïntegreerd in ons onderwijs. Werkstukken en powerpointpresentaties maken regelmatig onderdeel uit van de activiteiten.